Wereldwijd jaarlijks 115 miljoen dieren gebruikt in experimenten
 Wereldwijd worden er jaarlijks meer dan 115 miljoen dieren gebruikt in experimenten, waaronder 12 miljoen in de Europese Unie. Het merendeel van de gebruikte dieren zijn knaagdieren zoals ratten, muizen en cavia’s. Een breed scala aan andere diersoorten wordt ook gebruikt, waaronder vissen, vogels, konijnen, honden, katten, paarden, varkens, schapen en niet-menselijke primaten. Dieren worden gebruikt in experimenten als 'modellen' om uitkomsten te voorspellen bij de mens door te onderzoeken hoe het lichaam werkt, hoe het reageert op infecties en ziekten, hoe het reageert op geneesmiddelen en chirurgische technieken, de toxiciteit van stoffen en de effecten van wapens.
Deze experimenten berokkenen dieren veel leed. Door de publieke oppositie tegen het gebruik van dieren voor onderzoek is druk uitgeoefend op beleidsmakers en onderzoekers om alternatieven voor het gebruik van dieren in experimenten te vinden. Het leidend beginsel voor het minimaliseren van het lijden van dieren die worden gebruikt voor onderzoek zijn de drie V's:
- Vervanging van dieren door niet-levend materiaal (bv. weefselculturen);
- Vermindering van het aantal dieren dat gebruikt wordt om de gewenste informatie te verkrijgen (bv. door een goede statistische opzet en analyse van experimenten);
- Verfijning van de procedures voor het minimiliseren van het leed dat de dieren ondervinden.
Het uiteindelijke doel moet de complete vervanging zijn van alle voor onderzoek en testen gebruikte dieren door alternatieve humane dierproefvrije methoden.
|
|