Wat is bescherming zonder wettelijke bescherming?
 Terwijl veel mensen in Nederland zich steeds bewuster bezig houden met klimaat, duurzaamheid en dierenwelzijn, speelt zich in Den Haag iets merkwaardigs af. Na 17 jaar bestaat de kans om dieren werkelijke bescherming te bieden, bescherming die aansluit bij een actueel bewustwordingsproces en de collectieve wens om anders met onze planeet om te gaan. En wat gebeurt er in Den Haag? Daar wordt stilletjes een gedateerde wet in een nieuw jasje gestoken.
Het is duidelijk dat Nederlanders vinden dat dierenmishandeling ontoelaatbaar is en het aangepakt en bestraft dient te worden. Dat merk je aan de publieke verontwaardigdheid na incidenten zoals de paarden in Marrum, de doodgeslagen Bordeaux dog in Biddinghuizen en de pony die verkracht werd in Marssum. Dierenbeschermingsorganisaties hebben dagelijks te maken met verontruste verzoeken van mensen die vragen of ze op kunnen treden tegen uiteenlopende vormen van dierenleed. Maar vaak resulteert dit alleen maar in frustratie voor zowel dierenbeschermers als burgers: Ze zijn machteloos zonder goede wetgeving die dieren goede bescherming biedt.
Het niveau van dierenbescherming is sinds 1992 vastgelegd in de gezondheids- en welzijnswet voor dieren (GWWD). Deze wet werd destijds ingevoerd als kaderwet, wat betekent dat er nog veel onderdelen nader in te vullen waren. Helaas is dat nooit gebeurd, waardoor het beschermingsniveau altijd laag gebleven is. Nu, 17 jaar later, is er een nieuwe wet voor dieren in de maak: de Wet Dieren. Verbazingwekkend genoeg is de bestaande GWWD nooit geëvalueerd en is de oude wet simpelweg overgenomen, samengevoegd met een aantal andere wetten en ingekort. Met een bijzonder resultaat: de Wet Dieren beschermt straks twee tegenstrijdige belangen: Aan de ene kant dierenwelzijn en -gezondheid, aan de andere kant de productie van dierlijke producten.
 Dat zorgt voor verslechteringen op dierenbeschermingsgebied ten opzichte van de GWWD op twee belangrijke punten. Ten eerste is het primaire doel van de wet het bevorderlijken van de productie van dierlijke producten. En dat terwijl het kabinet onlangs besloten heeft om miljoenen te investeren in het zoeken naar alternatieven voor dierlijke producten. Waarom? Omdat bewezen is dat de productie van dierlijke producten schadelijk is voor klimaat, biodiversiteit, milieu, mens en dier. Het feit dat er nu een wetsvoorstel op tafel ligt dat de productie van dierlijke producten bevordert, is onbegrijpelijk.
Ten tweede wil de regering met de nieuwe Wet Dieren de zorg voor dierenwelzijn aan de sector zelf overlaten. Een sector waarvan de belangen recht tegenover de belangen van de dieren staan. Want zolang de markt voor gaat, zijn investeringen in dierenwelzijn voor de sector alleen maar erg vervelend. Dit wordt duidelijk uit de reactie van de Productschappen Vee, Vlees en Eieren op het wetsvoorstel. Hoewel zij het met dierenbeschermers eens zijn, dat het goed is dat het begrip ‘intrinsieke waarde’ van het dier wordt erkend in de wet, en dat dit begrip verder ingevuld zou moeten worden, hebben zij hier een heel andere reden voor: “In elk geval zou expliciet moeten worden opgenomen (…) dat ver- en geboden op het terrein van dierenwelzijn (…) gebaseerd dient te zijn op algemeen aanvaard wetenschappelijk onderzoek. Hiermee wordt uitgesloten, dat toevallige meerderheden voor bepaalde ethische gevoelens de wetgeving gaan bepalen. Het wetsvoorstel voor het verbod van de pelsdierhouderij is hier een schrijnend voorbeeld van.”
Hieruit blijkt dat de sector totaal geen boodschap heeft aan ethische bezwaren tegen bepaalde vormen van diergebruik of dierenmishandeling, zelfs niet wanneer een ruime meerderheid van de bevolking én een meerderheid in het parlement hier wel bezwaren tegen heeft. Wanneer de bescherming van dieren niet duidelijk is vastgelegd in de wet, en het wordt overgelaten aan de sector, dan betekent dat het maatschappelijk failliet van een fatsoenlijke omgang met dieren.
Barbara van Genne Stichting VIER VOETERS
|
|