Zoek

orangutan orphan on tree

VIER VOETERS HELPT ORANG-OETAN weesjes in borneo

Programma voor herintroductie in het wild gelanceerd op Borneo

In Indonesië worden orang-oetans massaal met uitsterven bedreigd door ontbossing en inkrimping van hun natuurlijke woongebieden. Dit is de reden waarom deze vriendelijke apensoort met zijn roodbruine vacht al jaren op de rode lijst van de Internationale Unie voor het Behoud van de Natuur (International Union for Conservation of Nature – IUCN) staan. Ze zijn het slachtoffer van de monocultuurlandbouw die hun leefruimte – het regenwoud – in hoge mate vernietigt. In de afgelopen 30 jaar is het regenwoudgebied op de Indonesische eilanden Sumatra en Borneo bijna gehalveerd. De redenen liggen voor de hand: de toenemende vraag naar landbouwgrond en grondstoffen als kolen elimineert gestaag het regenwoud en daarmee de zachtaardige apen. Het aantal orang-oetanweeskinderen groeit.

Landroof vernietigt het leefgebied van orang-oetans

Als gevolg van hun steeds kleiner wordende habitat worden orang-oetanmoeders steeds vaker geconfronteerd met menselijke wezens. Veel apen overleven deze ontmoetingen niet. Hun kinderen worden wees. Samen met onze Indonesische partnerorganisatie 'Jejak Pulang' bouwen we een bosschool voor de orang-oetanwezen, waarin ze door de mens gedurende verschillende jaren worden getraind om als volwassen dieren opnieuw in het wild te kunnen worden vrijgelaten.  

steun orang-oetans

Help ons om de orang-oetans op te vangen en voor te bereiden op een leven in het wild.

DONEER

De orang-oetan WOUDSCHOOL

De opvoeding van orang-oetanweesjes duurt meerdere jaren. Uit het proces blijkt duidelijk hoezeer mensen en apen op elkaar lijken, omdat orang-oetankinderen pas op 14-jarige leeftijd volwassen worden. Het onderwijs begint al op zeer jonge leeftijd, en gaat door totdat de orang-oetan oud genoeg is om zelf het leven in het wild aan te kunnen. Dit betekent dat het trainen van een orang-oetanwees meer dan tien jaar duurt. De grootste uitdaging in het trainingsproces is om een band te creëren tussen het orang-oetankind en zijn menselijke vervangende moeder, zonder dat het te menselijk wordt.  

Menselijke surrogaatmoeders brengen de weesjes groot

Als ze nog heel jong zijn, is een nauw contact met een moederfiguur – in ieder geval een persoon waaraan ze gehecht zijn – bijzonder belangrijk. Net als menselijke kinderen hebben orang-oetanweeskinderen en -jongeren een moeder nodig. Omdat hun eigen moeder deze rol niet langer op zich kan nemen, hebben we een team van menselijke vervangende moeders die liefdevol voor de kleintjes zorgen. Tegelijkertijd is contact met andere orang-oetankinderen cruciaal voor hun ontwikkeling. We laten de jonge apen een normaal leven leiden in het regenwoud, met één groot verschil: hun moeder is een mens. Elke dag brengen ze het grootste deel van de dag in het bos door met leden van dezelfde soort. Ze leren door imitatie van hun vervangende moeders en van andere apen. Hun echte moeders zouden hen op dezelfde manier dingen aanleren. Deze vrijheid stelt ons in staat om de dieren op de best mogelijke manier voor te bereiden voor het leven in het regenwoud. Hoe ouder ze worden, hoe meer hun vervangende moeders en vaders hen laten gaan en hen in staat stellen om zelfstandig het bos voor zichzelf te ontdekken.